Aan de slag met VSME C3: broeikasgasreductie en klimaattransitie
Rapportage over CO₂-reductie: hoe pak je dit als MKB-bedrijf aan?
Klimaatverandering staat steeds hoger op de agenda. Niet alleen bij overheden en grote corporates, maar juist ook bij klanten, financiers en ketenpartners van het MKB. Ook bedrijven die niet onder de CSRD vallen, krijgen steeds vaker vragen over hun CO₂-uitstoot en klimaatstrategie. En dus komt de vraag steeds vaker op tafel: “Wat doen jullie eigenlijk aan CO₂-reductie?”
Binnen de VSME-standaard is dit vastgelegd in onder andere C3: broeikasgasreductiedoelstellingen en klimaattransitie. Deze standaard is ontwikkeld door EFRAG, dezelfde organisatie achter de ESRS-standaard voor CSRD. Maar hoe pak je dit onderdeel aan, zonder dat het een complex traject wordt?
In deze blog laten we zien waar C3 vandaan komt, hoe dit past binnen de VSME, hoe je dit praktisch invult en waar je als MKB-bedrijf het beste kunt beginnen!
CO₂-reductie en klimaattransitie: waar past dit binnen de VSME?
De VSME-standaard is opgebouwd uit twee niveaus:
- de Basic module (B), die de basis vormt van je ESG-rapportage
- de Comprehensive module (C), bedoeld voor bedrijven die een stap verder gaan. C3 valt binnen die Comprehensive module en is daarmee meestal niet de eerste stap.
In de praktijk begint het met inzicht. Je start bijvoorbeeld met energiegebruik en CO₂-uitstoot via B3, waardoor je een beeld krijgt van je huidige impact. Pas daarna ga je sturen op reductie. En dát is precies waar C3 in beeld komt. Het draait dus niet om meten, maar om het bepalen van richting: hoe ga je als organisatie daadwerkelijk reduceren?
Wat vraagt C3 concreet van je?
C3 vraagt bedrijven om inzicht te geven in hun reductiedoelstellingen, het gekozen basisjaar en streefjaar, de voortgang die wordt geboekt en de maatregelen die worden genomen om emissies te verlagen. In sommige gevallen hoort daar ook een klimaattransitieplan bij.
Het doel hiervan is niet perfectie, maar transparantie. Het gaat erom dat je laat zien waar je staat, welke keuzes je maakt en hoe je bijdraagt aan de energietransitie en uiteindelijk een klimaatneutrale economie.
Broeikasgasemissies: wat bedoelen we precies?
Broeikasgasemissies zijn gassen die bijdragen aan klimaatverandering, zoals CO₂, methaan en lachgas. In rapportages worden deze meestal uitgedrukt in CO₂-equivalenten (CO₂e), zodat verschillende gassen met elkaar vergeleken kunnen worden.
Hoewel de VSME geen verplicht reductiepad voorschrijft, kiezen veel bedrijven ervoor om zich te spiegelen aan bestaande kaders. Deze kaders bieden houvast, maar hoeven niet één-op-één te worden gevolgd. C3 sluit aan op internationale kaders zoals:
- het GHG Protocol: helpt bij het meten van emissies
- het Science Based Targets initiative (SBTi): biedt handvatten voor het formuleren van klimaatdoelen
- het Parijs Klimaatakkoord: geeft richting met het streven naar maximaal 1,5 tot 2 graden opwarming
- ESRS E1 uit de CSRD.
Wanneer moet je met C3 aan de slag?
Niet elk bedrijf hoeft direct een uitgebreid klimaattransitieplan te hebben. C3 wordt vooral relevant op het moment dat je de stap maakt van inzicht naar actie. Bijvoorbeeld wanneer je al zicht hebt op je emissies, wanneer klanten of ketenpartners vragen om reductiedoelen, wanneer je onderdeel bent van een CSRD-keten of wanneer duurzaamheid een strategisch thema wordt binnen je organisatie. Het is dus geen startpunt, maar een logisch vervolg. Eerst begrijpen, daarna verbeteren.
De drie scopes (en waar je begint)
Binnen klimaatrapportage worden emissies verdeeld in drie categorieën:
Scope 1 – directe emissies: Emissies uit je eigen activiteiten, zoals gasverbruik in gebouwen, brandstofgebruik van bedrijfswagens en emissies uit productieprocessen.
Scope 2 – indirecte emissies uit energie: Emissies die ontstaan bij de productie van energie die je gebruikt, zoals elektriciteit of stadsverwarming.
Scope 3 – emissies in de waardeketen: Indirecte emissies in de supply chain of bij klanten, zoals ingekochte materialen, transport door leveranciers, gebruik van producten en afvalverwerking.
Scope 3 is vaak het grootste deel van de uitstoot, maar ook het moeilijkst te meten. Voor de meeste MKB-bedrijven is het daarom verstandig om te beginnen met scope 1 en 2. Scope 3 wordt relevanter zodra een groot deel van je impact in de keten zit, of wanneer klanten en partners hier expliciet om vragen, zoals vaak het geval is in productie, retail en logistiek.
Hoe pak je C3 praktisch aan?
In de praktijk komt C3 neer op een aantal logische stappen:
- Breng je emissies in kaart: Start met scope 1 en 2 en gebruik data uit energiefacturen, brandstofverbruik en wagenparkgegevens.
- Kies een basisjaar: Kies een recent en representatief jaar met betrouwbare data. Dit is het referentiepunt voor je reductiedoelen. Bijvoorbeeld basisjaar: 2023, totale uitstoot: 850 tCO₂e
- Stel een reductiedoel: Formuleer een concreet en meetbaar doel, bijvoorbeeld: “Het bedrijf wil de scope 1 en 2 emissies met 40% reduceren in 2030 ten opzichte van 2023.”
- Bepaal je streefjaar: Veel bedrijven kiezen voor 2030, maar een horizon van 5 tot 10 jaar werkt vaak goed voor het MKB.
- Koppel acties aan je doel: Denk aan elektrificatie van bedrijfswagens, verduurzamen middels isolatie en zonnepanelen, energie-efficiënte machines of duurzame inkoop.
Wat is een klimaattransitieplan?
Een klimaattransitieplan beschrijft hoe je als organisatie toewerkt naar een duurzamer bedrijfsmodel. In de basis bevat het je doelen, de maatregelen die je neemt, de benodigde investeringen en een globale planning. Voor MKB-bedrijven hoeft dit geen uitgebreid document te zijn. Het gaat er vooral om dat er een duidelijke lijn zit in wat je wilt bereiken en hoe je dat gaat doen.
Veelgemaakte fouten rondom C3
In de praktijk zien we dat bedrijven vaak dezelfde fouten maken. Doelstellingen worden bijvoorbeeld geformuleerd zonder duidelijk basisjaar, of zonder meetbare KPI’s. Ook ontbreekt regelmatig de koppeling tussen doelen en concrete acties. En in sommige gevallen wordt scope 3 volledig genegeerd, terwijl die juist materieel is voor de organisatie.
Goede doelstellingen zijn duidelijk, meetbaar en realistisch. En sluiten aan op de daadwerkelijke impact van het bedrijf.
Klaar om te starten met VSME C3?
VSME C3 helpt bedrijven om een volgende stap te zetten. Niet alleen rapporteren, maar ook sturen. Je hoeft geen complexe klimaatmodellen te bouwen. Wat telt is dat je inzicht hebt in je emissies, duidelijke doelen stelt en concrete acties neemt om die doelen te bereiken. Dat vormt de basis van een werkbare klimaatstrategie.
De eerste stap is inzicht in je emissies. Maar dat handmatig verzamelen kost vaak veel tijd en leidt tot versnipperde data. Met de SUB Footprint bereken je eenvoudig je CO₂-uitstoot, krijg je direct inzicht in scope 1 en 2 en leg je de basis voor je VSME C3-rapportage!