VSME krijgt opvolger: Europa introduceert de nieuwe Voluntary Standard
Dag VSME, hallo Voluntary Standard: dit verandert er voor duurzaamheidsrapportage
Er komt een nieuwe Europese standaard voor vrijwillige duurzaamheidsrapportage. De bekende VSME maakt plaats voor de Voluntary Standard. En dat is niet alleen een nieuwe naam. De standaard krijgt een stevigere plek binnen de Europese regelgeving, geldt voor een bredere groep organisaties én gaat vanaf boekjaar 2027 grenzen stellen aan welke duurzaamheidsinformatie grote bedrijven bij kleinere ketenpartners mogen opvragen.
Europa komt namelijk met een opvolger van de VSME: de Voluntary Standard. Deze nieuwe standaard is bedoeld voor organisaties die niet onder de verplichte Europese duurzaamheidsrapportage vallen en gemiddeld niet meer dan 1.000 werknemers hebben. Wat is een belangrijk verschil met de VSME, die vooral was ontwikkeld voor het mkb. Kort gezegd: de doelgroep wordt groter én de standaard krijgt een andere rol.
Waarom komt er een nieuwe standaard?
De VSME was bedoeld als vrijwillige standaard voor mkb-bedrijven die hun duurzaamheidsinformatie op een vaste manier wilden vastleggen. De Europese Commissie nam deze standaard in 2025 op in een Recommendation, oftewel een aanbeveling.
De nieuwe Voluntary Standard gaat een stap verder. De Europese Commissie heeft deze op 3 juli 2026 aangenomen als gedelegeerde EU-verordening onder de Accounting Directive. De nieuwe standaard bouwt voort op de VSME, maar krijgt daarmee een veel duidelijkere plek binnen het Europese systeem voor duurzaamheidsrapportage.
Organisaties kunnen de standaard gebruiken om hun duurzaamheidsinformatie op een vaste manier vast te leggen en vragen van klanten, banken, investeerders en grotere ketenpartners te beantwoorden.
Een grens aan datavragen vanuit de keten
Maar er gebeurt nog iets belangrijks. De Voluntary Standard wordt namelijk niet alleen een standaard om vrijwillig volgens te rapporteren. Hij gaat ook bepalen hoeveel duurzaamheidsinformatie grotere bedrijven van bepaalde ketenpartners mogen vragen. Daarvoor introduceert Europa de zogenaamde value chain cap.
Een CSRD-plichtig bedrijf kan straks niet onbeperkt extra duurzaamheidsdata opvragen bij een ketenpartner die onder deze bescherming valt. De Voluntary Standard vormt hiervoor het Europese referentieniveau: de value chain cap bepaalt welke informatie maximaal kan worden verlangd. De concrete datapunten die onder deze cap vallen, zijn vastgelegd in Annex II van de verordening. En belangrijk: deze bescherming geldt voor boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2027. De value chain cap moet bepaalde ondernemingen tot 1.000 werknemers beschermen tegen informatievragen die verder gaan dan het vastgestelde Europese referentieniveau.
Dat maakt de komst van de Voluntary Standard veel groter dan alleen een naamswijziging. Het brengt ook meer duidelijkheid in de hoeveelheid duurzaamheidsdata die in de keten kan worden opgevraagd.
Wat blijft hetzelfde?
Gelukkig hoef je niet helemaal opnieuw te beginnen. De opbouw van de huidige VSME blijft voor een groot deel herkenbaar. Er blijven twee modules. De Basic Module vormt de basis van de rapportage, met onderdelen B1 tot en met B11. Daarnaast blijft er een Comprehensive Module, met de uitgebreidere onderdelen C1 tot en met C9.
Die structuur blijft dus gewoon staan. De Europese Commissie bevestigt ook expliciet dat de nieuwe standaard is gebaseerd op de VSME en de modulaire structuur behoudt. Heb je al CO₂-data, doelstellingen, personeelsgegevens, beleid of andere ESG-informatie verzameld? Dan blijft die informatie dus gewoon bruikbaar.
Wat verandert er dan wél?
De nieuwe standaard kijkt meer naar wat echt past bij de organisatie en brengt meer gelaagdheid aan in de rapportage. Niet ieder bedrijf krijgt dus automatisch precies dezelfde vragen. Er wordt duidelijker onderscheid gemaakt tussen:
- informatie die je standaard moet opnemen;
- informatie die alleen nodig is als een bepaalde situatie bij jouw organisatie speelt;
- vrijwillige informatie;
- informatie die je kunt meenemen wanneer deze relevant is voor jouw sector.
De verordening maakt dat onderscheid expliciet en koppelt daar ook de value chain cap aan. Niet alle vrijwillige of conditionele informatie valt automatisch binnen de informatie die een ketenpartner kan verlangen.
Dat klinkt technisch, maar eigenlijk is het heel logisch. Een klein dienstverlenend bedrijf hoeft immers niet dezelfde duurzaamheidsinformatie aan te leveren als een productiebedrijf met veel grondstoffen, energieverbruik en transport.
Kleine bedrijven krijgen meer ruimte
Voor heel kleine ondernemingen wordt de standaard op sommige punten eenvoudiger. Bij organisaties met tien werknemers of minder worden bepaalde datapunten vrijwillig die voor grotere organisaties wel onderdeel zijn van de standaarduitvraag.
Dat geldt bijvoorbeeld voor delen van de informatie over energie, uitstoot, water en enkele onderdelen uit de uitgebreide module. Dus: hoe kleiner de organisatie, hoe meer rekening wordt gehouden met wat redelijk is om uit te vragen.
Scope 3-rapportage wordt gerichter
Ook bij CO₂-uitstoot verandert iets. Scope 1 en Scope 2 blijven belangrijke onderdelen. Bij Scope 3 – de uitstoot in de keten – wordt meer gekeken naar de activiteiten van een organisatie en de sector waarin die actief is. In onze analyse van de nieuwe standaard komen bijvoorbeeld maakindustrie, agrofood, vastgoed en bouw en de verpakkingsindustrie naar voren als sectoren waar Scope 3 extra relevant kan zijn. Oftewel: niet standaard alles invullen omdat het kan, maar beter kijken naar wat voor jouw organisatie daadwerkelijk relevant is.
Moet je nu stoppen met VSME?
Ben je al begonnen en denk je: hé verdorie, moet ik weer opnieuw beginnen? Dan hebben we goed nieuws. Nee. De Voluntary Standard is geen compleet nieuw systeem. Het is vooral een doorontwikkeling van de VSME. De Europese Commissie heeft de nieuwe standaard ook nadrukkelijk gebaseerd op de VSME uit 2025.
De basis blijft herkenbaar. De modules blijven bestaan. En veel van de informatie die je al hebt verzameld blijft relevant. Wat vooral verandert, is voor wie de standaard bedoeld is, welke juridische rol hij krijgt en hoe wordt bepaald welke informatie een organisatie daadwerkelijk moet, kan of wil rapporteren. Dus ben je al bezig met VSME? Dan hoef je zeker niet opnieuw vanaf nul te beginnen.
Van VSME naar Voluntary Standard
De Voluntary Standard wordt daarmee meer dan alleen een handig rapportageformat voor het mkb. Het wordt een bredere Europese standaard voor vrijwillige duurzaamheidsrapportage én krijgt een belangrijke functie in het begrenzen van informatievragen vanuit de keten.
En deze ontwikkeling komt voor ons op een interessant moment. Achter de schermen werken we volop aan onze nieuwe rapportagetooling, waarmee organisaties straks hun duurzaamheidsdata kunnen verzamelen en automatisch kunnen vertalen naar een professioneel duurzaamheidsrapport in hun eigen huisstijl.
De basis hiervoor was de VSME. Nu de Voluntary Standard er komt, nemen we deze nieuwe Europese standaard direct mee in de verdere ontwikkeling van de tool die we eind dit jaar lanceren.
Wordt vervolgd. Richting de lancering delen we meer over onze nieuwe rapportagetooling én wat de Voluntary Standard vanaf 2027 in de praktijk voor jouw organisatie en de informatievragen vanuit de keten gaat betekenen!